Gebruik
- De liturgische kleuren worden gebruikt voor de liturgische gewaden en voor de overige paramenten. Verplicht zijn de voorgeschreven liturgische kleuren voor het kazuifel, de dalmatiek, de stola en de koorkap, alsmede voor de bursa en het antependium. Daarnaast worden tegenwoordig ook vaak andere textilia in de liturgische kleuren uitgevoerd, zo bijvoorbeeld een kleed dat van de lezenaar afhangt.

Geschiedenis
- In de Middeleeuwen hadden de kleuren van de liturgische gewaden een door de plaatselijke gewoonte bepaalde betekenis. Naar aanleiding van het Concilie van Trente (1545-1563) kwam hierin verandering toen Paus Pius V in 1570 voor de Latijnse Kerk vastlegde welke kleuren wanneer gebruikt dienden te worden. Onder meer werd daarbij ook de kleur blauw, die in de Middeleeuwen op Mariafeesten gedragen werd, verboden (alleen in Spanje, op de Filippijnen en in Latijns-Amerika wordt nog wel blauw gebruikt op het feest van de Onbevlekte Ontvangenis). Deze bepalingen gelden in grote lijnen tot op de dag van vandaag.

Bij de kleur van de gewijde gewaden dient het traditionele gebruik te worden gevolgd, namelijk:

  • Groen (viridis) - op alle dagen van het jaar waar geen andere kleur is voorgeschreven. Zij is voorgeschreven op alle zondagen van de Tijd door het jaar. De Tijd door het jaar begint na het feest van het Doopsel van de Heer tot de dinsdag voor Aswoensdag. En herbegint terug op de maandag na Pinksteren tot de zaterdag voor de Advent. Groen is derhalve een prominente liturgische kleur.
  • Zwart (niger) - mag, daar waar dat gebruikelijk is, gedragen worden in missen voor de overledenen.
  • Roze (mengsel van paars met wit)(rosaceus) - mag op zondag Gaudete (derde zondag van de Advent) en zondag Laetare (vierde zondag van de vastentijd) gedragen worden waar dit gebruikelijk is.
  • Op bijzondere zeer plechtige feestdagen mogen feestelijke (= kostbare) kerkelijke gewaden worden gedragen, ook al wijkt de kleur af van die voor de betreffende dag.

Reguliere missen worden gecelebreerd in de eigen kleur, in wit of in een feestkleur; Missen voor verschillende Noden echter worden gecelebreerd in de kleur van de dag of het seizoen, respectievelijk in paars als zij een boetekarakter hebben. Bijvoorbeeld nummer 31 (In tijd van Oorlog of conflict), nummer 33 (In Tijd van Hongersnood) of nummer 38 (voor de Vergeving van de Zonden); Votiefmissen worden gecelebreerd in de kleur die past bij de mis zelf of ook in de kleur die eigen is aan de dag of het seizoen.

 

  Afbeelding invoegen